Met de moed der Wanhoop.

Estelle Cruijff vs. Jacques Parson, 11 januari 2021.


Als je klein bent en je hebt ruzie, dan lost je vader of je moeder het voor je op. Hoe groter je wordt, hoe vaker je hoort; jullie moeten het zelf oplossen. Ga het maar uitpraten, bedenk maar een compromis. In de rechtszaal is dat niet anders. That is, als het een civiele zaak is, dus een onenigheid tussen twee burgers. Liever wil geen enkele rechter degene zijn die de knoop moét doorhakken, want als de partijen samen tot een oplossing komen, dan staan ze er ook meer achter. Maar dat blijkt makkelijker gezegd dan gedaan.


‘Doel van deze bijeenkomst is om er samen uit te komen’, zo begint de rechter vol goede moed de zitting. (Vandaag is het vervolg van de zitting van december vorig jaar) Maar die goede moed wordt vrijwel meteen weggeblazen; één van de voorwaarden om er samen uit te komen, is dat beide partijen ook daadwerkelijk fysiek aanwezig zijn. Dan kun je rechtstreeks overleggen en elkaar in de ogen kijken. Maar de rechter constateert dat Estelle er niet bij is en dat ‘verbaasd’ hem. (Als een rechter zegt dat ie ‘’verbaasd’’ is, is dat een understatement; onder zijn toga is hij uitermate geïrriteerd). Zeker omdat hij heeft aangegeven tijdens een eerdere zitting dat haar aanwezigheid ‘gewenst’ is vandaag. (Als een rechter zegt dat aanwezigheid ''gewenst'' is, is dat ongeveer hetzelfde als verplicht, maar dat is niet af te dwingen). Estelle is namelijk nog in Dubai voor werk.


Met een forse achterstand om er samen uit te kunnen komen, begint de zitting. Het delen van standpunten, elkaar proberen te overtuigen. De rechter verduidelijkt, vraagt, toont begrip en geeft complimenten: " u kunt wel zeggen dat Parson niet beweegt, maar kijk nou eens hoe ver we al zijn gekomen? Eerst wilde hij meteen het hele bedrag, en nu wil hij dat pas over een half jaar". De rechter doet er dus alles om er maar enigszins beweging in te krijgen. Tevergeefs, na twee uur pingpongen komen de eerste tekenen dat de rechter druk op de ketel gaat zetten om een oplossing te forceren en waarschuwt; als jullie er vandaag niet uit komen, dan bepaal ík. En dan is het bindend. Er volgt een schorsing, zodat partijen tijd hebben om af te koelen en om na te denken.


Na een half uur gaan we verder, inmiddels in een andere zittingszaal; de rechter had met zijn goede moed er rekening mee gehouden dat ze met anderhalf uur wel klaar zouden zijn. Helaas. Er komt een voorstel, waar de ander natuurlijk niet mee akkoord gaat. Maar de rechter geeft niet op en vraagt wat ze eigenlijk van een vonnis verwachten; het betekent nl. een langslepende rechtszaak met getuigenverhoren, welles nietes, hoger beroep, enorme kosten, met andere woorden slepend, terwijl ze er nú uit kunnen komen. Maar dat maakt geen indruk, als kibbelende kinderen gaan ze verder. De professionele wanhoop bij de rechter groeit. En dan speelt hij zijn laatste troef uit; hij geeft een voorzet van hoe zijn vonnis eruit zal zien en stuurt de kemphanen daarmee voor de laatste keer de ‘gang’ op.


Bij terugkomst in de rechtszaal vraagt de rechter hoopvol of ze nog onderling overleg hebben gehad. Als dat niet zo blijkt te zijn, verstrakt zijn blik. Het is duidelijk; Ze willen er niet uit komen. Aan een dood paard kan je niet blijven trekken. En dus moet hij gaan bepalen. De rechter is oprecht teleurgesteld na 3,5 uur proberen en zegt dat ook hardop tegen beide partijen. En die voelen ze; want net als vroeger, je vader kan beter boos op je zijn, dan teleurgesteld.

58 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven

Dubbel Werk